december 31, 2021
Geschreven door: admin

#SR3-1

And so it ends. Finally.

3. Cancelled – Le seul moyen de guérir, c’est de se considérer comme guéri

Het jaar 2021 staat in het teken van iconoclasme, en verschilt daarin eigenlijk niet bijster veel van de voorbije jaren. Standbeelden van grootheden – vaak al geruime tijd de pijp aan Maarten gegeven – wiens verleden onder het licht van modernere tijden niet al te fraai blijkt, vallen bij bosjes in parken en rotondes. Op de ene plek gaat het neerhalen al wat vlotter dan de andere, maar het lijkt een beweging die niet meer terug te draaien valt.

Dit jaar vielen ook menig nog levende grootheden van hun spreekwoordelijke sokkel: de naweeën van de #MeToo-beweging wisten ook in het jaar 2021 scalp na scalp te verzamelen. En bij elke bekendheid die terug in de vergeetput wordt geduwd stelt zich de vraag wat te doen met het resterende oeuvre. Tussen de brandstapel en het radicaal loskoppelen van ontwerper en kunst zit er een grijze zone – drijfzand waarin men al snel vastloopt in schijnbare tegenstellingen en hypocrisie.

Neem nu het werk van Mark Kozelek, die met Red House Painters uitbracht wat tot het betere werk van de jaren 90 gerekend kan worden. De bandleden werden erna opnieuw bij elkaar geroepen om Sun Kil Moon te vormen, tot op vandaag de moniker van The Koz. De indiewereld moest in 2021 schoorvoetend en knarsetandend afstand nemen van zijn poulain, die met ‘Benji’ een impressionistisch naslagwerk voor de geschiedenisboeken heeft geschreven. Wie zich nog zonder schuldgevoel wenst te verwarmen aan ‘Carissa’ en ‘Jim Wise’ zou, met wat moreel knip- en plakwerk, de auteur los kunnen koppelen van diens fantastische oeuvre. Maar daar wringt het schoentje: het werk van Kozelek is in zekere mate doordrongen van de zaken waarvoor men hem met de vinger wijst. ‘Dogs’ bijvoorbeeld, ook te vinden op ‘Benji’, is in zekere zin een historiek van diens ontluikende seksualiteit als tiener. Op zichzelf beschouwd zou men dat nog kunnen wegzetten als onschuldige ontboezemingen – zoals het vermoedelijk ook bedoeld is – maar toch: de ethische spreidstand dreigt op zijn minst oncomfortabel te worden. Zeker voor wie de man live aan het werk zag en zich herinnert hoe hij het nummer kon opdragen aan een specifieke toeschouwer of fan in het publiek. Huist de tiener van in ‘Dogs’ nog altijd te veel in Kozelek? De live toespelingen werden een ‘onderdeel van de act’ genoemd – denk ook aan de geïmproviseerde coupletten die in het leven werden geroepen naar aanleiding van ‘Ceiling Gazing’, uitgebracht in 2013 met Jimmy LaValle. Maar die tekst kan weggezet worden als een atmosferisch narratief over een tijd die geweest is, en dat is het dan. Bij ‘Dogs’ is dat al veel moeilijker.

Het wordt nog lastiger bij ‘Soap for Joyful Hands’, de soundtrack bij de ondergang van Kozelek. Wanneer ene Sarah Golden de lyrics leest – zoals vaak bij Kozelek doorspekt met triviale details die de geloofwaardigheid spijzen, denk: “You see asking me, ‘Mark, what are your other passions?’ Would be like me asking Leonardo DiCaprio ‘Hey Leo, what are your other passions besides acting?’” – herkent ze zichzelf hierin. Ze treedt uit de anonimiteit en vertelt aan Pitchfork haar relaas waarin ze Kozelek beschuldigt van grensoverschrijdend gedrag. Het patroon dat hierop volgt is inmiddels pijnlijk herkenbaar: hij ontkent, maar het relaas van Golden blijkt slechts een barst in de dijk. Meer vrouwen stappen naar voren en de man achter Red House Painters geraakt bedolven onder de verhalen die allemaal pijnlijk veel gelijkenissen vertonen. ‘Soap for Joyful Hands’ lijkt daardoor niet langer een nummer, maar eerder een getuigenis die in het gezicht van Kozelek is ontploft. Het uitzitten van het 13 minuten durende epistel vergt – we slikken even – morele flexibiliteit

Achteraf kan men zichzelf de vraag stellen of de neergang van Kozelek onverwacht was. De man heeft vaak zijn donkere kanten bezongen, maar doet dat wel op een manier die menselijke onhandigheden en onkunde benadrukken. Schuld en consequenties lijken speelballen van het lot in plaats van pionnen die men zelf op het bord kan zetten en schuiven. En toch zijn het bedenkingen die je per definitie alleen maar achteraf kan maken: Kozelek werd immers net bejubeld omwille van zijn teksten. En omwille van een aantal triviale prestaties als acteur, getuige de passage in ‘Almost Famous’, wat het eens zo pijnlijk maakt.  

Het bovenstaande gaat over Mark Kozelek, maar we hadden het helaas ook over Ariel Pink kunnen hebben. In een erg precair artikel noemde The Quietus de ‘humor’ in zijn teksten reeds “Beta Male Misogyny”. Dat is nog een heel eind tot Pinks aanwezigheid in Washington bij de bestorming van het Capitool, negen jaar later, dat wel. Voor alle duidelijkheid nam Pink aan de bestorming zelf uiteindelijk geen deel, maar het deksel ging onherroepelijk van de pot. Het graven naar aanwijzingen duurde niet lang. Als Pink zich in een interview met Pitchfork op de borst klopt met de quote “I said ‘Shut your mouth, little girl, respect your elders, and fucking get out of here.’,” in 2014, kan zijn moreel kompas ons dan later zo verbazen? In de teksten van Pink kan minder kwalijks gevonden worden dan in die van The Kozelek, maar zijn uitgebouwd personage was er doorheen de jaren wel een van red flagsbeef met Grimes en Madonna, platvloerse uitspraken en beledigingen die weggezet werden als humor.

I got the Trump treatment before he did! (…) No one even cares, now. Nobody from now was even around three years ago. The world moves on a lot quicker now. There’s no lingering stink from my misogynist days.

Ariel Pink in W Magazine, 2017.

Anderzijds zijn er anderen die sinds jaar en dag gespaard worden van welke cancelling dan ook. Binnen het rapgenre is dat meer dan eens zo, al lijken DaBaby en Travis Scott (zie nr. 18 in deze lijst) daar uitzonderingen op. Maar denk aan Youngboy NBA (zie nr. 44), XXXTentation of YNW Melly: geadoreerd en vergoddelijkt, terwijl de feiten die ze pleegden niet anders zijn dan crimineel. Het credo kunstenaar van kunstwerk scheiden kan dan nog zo heilig zijn – wie kan dat met het nummer ‘Murder on My Mind’ van Melly?

De streamingresultaten van YNW Melly nadat hij in de gevangenis belandde. Bron: jezebel.com.

Er zijn er die, in het geval ze niet in de bajes zitten, wél nog op het podium kunnen staan, ondanks de beschuldigingen. Van cancel culture geen sprake bij Maynard James Keenen, frontman van Tool. De Amerikanen wisten immers nog vlotjes het Sportpaleis uit te verkopen, ondanks beschuldigingen van grensoverschrijdend gedrag aan het adres van de zanger. Van oppergriezel Brian Warner – beter bekend als Marilyn Manson – werd dan weer geen spaander heel gelaten, behalve door Kanye West, die hem gedwee samen met DaBaby een plaats gaf op het podium van zijn ‘Donda’ listening party (zie nr 40). Even leek het alsof Mansons voormalig partner in crime – en inmiddels fervente vijand – Trent Reznor leek te wankelen, maar ook hij doet zonder kleerscheuren verder. Hij wist hier bovenop nog een beschuldiging van Courtney Love te ontwijken – verre van een toonbeeld van credibiliteit – die weliswaar later haar woorden introk. Dichter bij huis mag Roméo Elvis dan weer zijn steile opmars verder zetten nadat hij “in was gegaan op een uitnodiging die er geen was”. Met single ‘TPA’ lijkt hij er zélf een streep onder te willen trekken.

En dat brengt ons bij de wreedheid van de willekeur. Aangezien er bij veel van bovenstaande voorbeelden geen strafrechtelijke uitspraak is, spreekt het brede publiek logischerwijs zelf maar een waardeoordeel uit, waarbij zoals vaak geldt dat de luidste stemmen het hardste nagalmen. Wie bepaalt er wie nog een carrière gegund wordt na gepleegde wandaden? Er lijkt zelden een eenduidige lijn te trekken, waardoor er bijzonder vaak ongemakkelijke afwegingen moeten gemaakt worden: welke (vermeende) acties verdienen het om concerttickets te verscheuren? Elementen als het aantal beschuldigingen en de ernst van de feiten – zeker dat laatste roept ongemakkelijke of zelfs ongekwalificeerde afwegingen op – lijken een erg ruwe leidraad te geven. Schuldbesef en de daarop volgende eerste reactie lijken ook een rol te spelen.

Zo spelen we allemaal juryleden in een volkstribunaal. Ook in 2022 zal dit tot ethisch getouwtrek leiden, maar één ding is zeker: wantoestanden moeten aangepakt worden. Indien u zich daar allemaal geen fluit van aantrekt – moreel flexibel! – kan u zich in deze feestdagen nog verwarmen aan het kerstalbum van Mark Kozelek alvorens naar de vijfde rerun van American Beauty te kijken. Prettige feesten!

2. Footwork: de soundtrack van de emancipatie

In 2012 reisden Tim & Barry en hun Don’t Watch That-crew naar Chicago om de footwork-scene in kaart te brengen. Het resultaat is een opvallend organisch verhaal over hoe muziek en dans elkaar en de gemeenschap kunnen versterken. De docu geeft een heldere kijk op het leven binnen de scene, maar vooral ook op de persoonlijkheden die footwork (nog steeds) dragen: naast de betreurde DJ Rashad zijn er ook namen als Spinn, Manny, RP BOO, DJ Diamond en Traxman, die allen ongeveer een decennium geleden voor een eerste hoogtepunt zorgden in de nog korte footwork-geschiedenis. Een aantal van deze coryfeeën leggen in ‘I’M TRYNA TELL YA’ uit hoe heel beperkte MPC’s, samples van Tupac en Jay-Z-tracks en vooral bliksemsnelle voeten street cred opleveren. Eerst vooral binnen de scene, daarna tot ver buiten de grenzen van Illinois. Want footwork is na de release van de documentaire in 2014 – zij het niet meteen dankzij de docu – behoorlijk snel ontploft. Enkele markante feiten: in 2015 gaf RP Boo op Rewire zowaar een betoog over de vitaliteit van het genre en werd ‘Dark Energy’ van Jlin door The Quietus verkozen als beste album van het jaar. Er volgden wereldtournees van sommige crews. Footwork kreeg in de daarop volgende jaren ook brede aandacht via zowat alle muziekplatformen.

Die ontwikkeling is best opmerkelijk voor een behoorlijk ‘dienstig’ genre, gezien deze muziek vooral de noodzakelijke voorwaarde vormt voor de battles in de footwork-circle. Dans is de levensader van footwork. Als louter cerebrale luisterervaring is het soms erg interessant, zeker bij de ‘lagere bpm’-artiesten als DJ Manny, maar de essentie wordt pas bereikt wanneer de verschillende crews zich ook effectief kunnen meten op de dansvloer. Het is ook in die zin dat de originele Chicago-scene niet onverminderd blij is met de aandacht. Het genre wordt verbasterd (King Charles is het meest genoemde voorbeeld in die zin) en gevulgariseerd, wat an sich geen probleem vormt, ware het niet dat de term ‘footwork’ een soort kwaliteitsstempel dreigt te worden voor zaken die er in de verste verte niet op lijken. Footwork is bovendien per definitie low tech. Het moet immers niet alleen knallen door The Bug-eske geluidsinstallaties, maar ook overkomen wanneer afgespeeld op de speaker van een iPhone, ergens vanop de drempel voor de deur van een typisch Oost-Amerikaanse rijwoning. De hoge frequenties zijn dus minstens even belangrijk als de in dansmuziek immer dominante bassen. Overproduceer het, en je gaat meteen ook voorbij aan die specifieke (sociale) dimensie van footwork.

Maar dat er uiteindelijk buiten de lijntjes gekleurd moest en zou worden, laat zich voorspellen. Daarvoor is het genre te toegankelijk en te fluïde. Al leek zo’n vernieuwing pas dit jaar met een legitiem artistiek doel te gebeuren, getuige de releases van bijvoorbeeld Loraine James (‘Reflection’) en DJ Manny (‘Signals in My Head’), die respectievelijk louter de droge esthetiek overnemen en het genre oprekken door slick R&B te gebruiken als bindmiddel en het karakteristieke tempo van 160 bpm achter zich te laten. Maar er is meer: Jana Rush kwam met een doorvoeld en bijzonder pijnlijk luisteressay in de vorm van ‘Painful Enlightenment’ (dat ze zelf ‘geen footworkalbum’ noemt) en RP Boo, the legend himself, bracht het correct getitelde ‘Established!’ uit: een album met een voor footwork vrij ongeziene variatie en soms ronduit verrassende tracks. En voor we het vergeten: Loraine James, toch wel de meest opvallende footwork-artiest van 2021, is Brits. Net als underground hiphop uit de Amerikaanse Oostkust, lijkt footwork in alle stilte en zonder veel moeite de Atlantische oversteek gemaakt te hebben.

Het zijn allemaal tekenen dat de grenzen van footwork op twee manieren worden verlegd. Enerzijds is er de scene zelf, die het experiment steeds breder opzoekt met onverwachte cross-overs tot gevolg. Anderzijds zijn er steeds meer (pop)producers en fusion-artiesten die de footwork-esthetiek in hun muziek laten binnensluipen, wars van de initiële context of het milieu waarin footwork groot werd. Maar de verandering beperkt zich niet tot het louter muzikale. Waar footwork in 2012 nog een regelrechte mannenwereld was (zie ook hier bovenstaande docu), is er sinds de intrede van Jlin één en ander veranderd. Jana Rush, hoewel al enige tijd een household name, belichaamt die evolutie op ‘Painful Enlightenment’. Het is zowel thematisch als muzikaal hét bewijs dat footwork voor bevrijding staat, zowel op de dansvloer als psychologisch. ‘Suicidal Ideation’, het kroonjuweel van het album, is een beangstigende esthetische vertaling van het concept ‘depressie’. Maar hoewel de klanken en samples grimmig zijn, schuilt er een soort kathartische waarde in. Rush poneert zonder oordelen en houdt de kern van de zaak ver van therapeutisch geneuzel.

Footwork brak in 2021 nog verder uit het zelf gecreëerde carcan zonder in te boeten aan eigenheid. De scene is een ideaal voorbeeld van hoe lokale verankering van muziek for the love of it ook een wereldwijde verovering op gang kan brengen, zonder grootspraak of miljoenen euro’s om het allemaal te stutten. Het is in essentie een zoektocht naar de zuivere vorm van de menselijke beweging die de footwork-scene drijft. Een zoektocht die in 2021 net wat minder evident werd, en finaal zelfs psychologiseerde. En dat hoeft niet altijd een ramp te zijn. Nummer 2!

1. No Future/No Past: terugkijken als nationale sport

Ergens is het onvermijdelijk: perspectiefloze tijden nodigen uit tot terugkijken. Het is een bijzonder menselijk fenomeen, dat in de dagen tussen kerst en nieuw graag extra dik wordt aangezet. Een weekje minder om handen hebben betekent even vaak een week lang staren in de ogen van een joekel van een zingevingscrisis, niet wetende hoe begin januari er dit jaar zal uitzien. Radicale keuzes? Nah. Eindelijk doen waarvoor je voorbestemd werd, waarvoor het vuur echt brandt? Absurd. Op 3 januari antwoord je vast vriendelijk aan die overijverige collega dat de feestdagen prima verlopen zijn, en dat je klaar bent om er opnieuw in te vliegen. En dat eentje geentje is, een glas goedkope cava in de hand.

Maar terugkijken is niet altijd zo onschuldig als het lijkt. Het kan bizarre vormen aannemen, ook helemaal los van de eindejaarsperiode. 2021 is een voorlopig culminatiepunt van een evolutie die al jaren bezig is. Laat ons het even zeer kort schetsen in drie ‘tijdsbeelden’: dertigers die dansen op destijds soms verguisde Spring-nummers in het Sportpaleis, een nieuwe film van W817, terwijl de dochter van Machteld Timmermans (beter bekend als Ellen) – Gloria Monserez – zélf ondertussen het mooie weer maakt in de Vlaamse media en ABBA dat, nu ja, terug is, en nog steeds exact hetzelfde klinkt. Het is amper bij te houden hoe snel de nostalgie-industrie aan kracht wint.

Er zijn verschillende redenen waarom nostalgie de kern van een cultureel model werd. Dat covid geen onbelangrijke brandstof vormt, is uiteraard stating the obvious. De fysieke onmogelijkheid om te evolueren als gemeenschap, en meer specifiek het uit- of afstel van de release van cultuurproducten als bijproduct daarvan, is de eerste reden waarom terugkijken de tijdelijke toekomst is. Op dat gebied is Dua Lipa met een titel als ‘Future Nostalgia’ en enkele afgrijselijke samples uit oude hits (van onder andere de enige man die dill danding is, Elton John) in haar tracks de meute ruim voor geweest. Het is naïef om de motieven veel verder te zoeken dan: geen ticketverkoop voor liveshows, minder inkomsten uit platenverkoop in brede zin, een verdere shift naar junk-modellen zoals Spotify, enzovoort. There is no scene, there’s only streams, zou de Iron Lady zeggen. Predictieve marketingmodellen worden gevoed met historische data, dus is het logisch dat wat ooit werkte waarschijnlijk opnieuw werken zal volgens die modellen.

En zolang de nostalgiemarkt geen uiting is van een vaak schrijnend gebrek aan culturele ambitie, autonomie en engagement, is het helemaal prima. Maar daar knelt het schoentje, want hoewel er nooit meer (spannende) muziek uitkwam dan nu, is het teruggrijpen naar infantiele kinderdromen en opgeblazen mythologisering (denk ook aan Sugarman) de norm geworden. Het is hilarisch om zien hoe bijvoorbeeld Studio 100 alweer de situatie perfect gelezen had, en kan passeren langs de kassa zonder één nieuw idee. We durven erom te wedden: minstens één iemand in uw familie zal tijdens deze kerstperiode ‘Waterval’ van K3 meegebruld hebben, liefst iedereen verbazend met ook het bijhorende dansje, want ja, waarom niet. Het is ronduit surreëel te noemen dat K3 bijna 25 jaar na oprichting eindelijk haar oorspronkelijk bedoelde publiek bereikt heeft: de groep ‘jongeren’ van 16 tot 25 jaar. Meer nog: ook de millennials, een generatie waartoe onze redactie grotendeels behoort, voegen zich daar graag bij. Zonder aan generatiefestisjisme te doen is dat toch markant te noemen.

Een en ander heeft te maken met het gebrek aan (culturele) autonomie. Als er niets wezenlijks is om je echt tegen af te zetten (neen, tegen rijden met een paar glaasjes op zijn is hier niet voldoende) in de cultuurstandaarden van de vorige generatie, wordt identiteitsvorming een veel losser proces dat vooral rekent op reproductie en bevestiging. Zelf niets hoeven doen en niets moeten hertekenen doet teruggrijpen naar wat veilig is, namelijk wat je al geruime tijd kent. Voor sommigen is dat een onbegrijpelijke drang om naar Led Zeppelin of Dire Straits te luisteren, voor anderen koketteren met de Eurosong for Kids 2003-cd. Liefst op een post-ironische wijze, dat zeker, maar ondertussen wel 50 euro neertellend voor een regenboogpakje. Het is de begrijpelijke gemakzucht die een ‘sleutel-op-de-deur’-gedachtegang met zich meebrengt. Het is uiteraard een analyse die vooral betrekking heeft op de mainstream cultuur bij de net-niet-meer-jeugd. En die mainstream vibe (cf. nummer 5) hoeft niet dramatisch te zijn voor de cultuurproducten in meer algemene zin, getuige ook de zeer interessante culturele output in de marge. Er is trouwens ook beterschap op komst, met een generatie die helemaal niets meer heeft met wat we net uiteengezet hebben.

Het taaie teren op nostalgie speelt zich echter wel in alle lagen van de cultuur af – tenminste: als we de “esthetische dispositie” en “hoge cultuur” van Pierre Bourdieu als motief citeren om het onderscheid te maken. En dus ook op ‘ons terrein’. Over de B-Sides and Rarities van Nick Cave en de zijnen hebben we het al gehad, maar Radiohead deed in principe niets anders: een tweespalt scheidde zich af om iets te vormen dat in wezen weinig verschilt van wat we kennen (zie The Smile), maar ook werd een verzameling van unreleased materiaal de wereld in gestuurd dat, ook hier, weinig toevoegt aan wat we kennen. Met ‘If you Say the Word’ en ‘Follow me Around’ kregen we twee prima singles, maar verder is ‘Kid A Mnesia’ weinig meer dan dat (goed, ja, ‘Like Spinning Plates (Why Us? version)’). Ook de nazaten van J. Dilla brachten twintig jaar na datum een reissue uit van zijn magnus opum, in dit geval ‘Welcome to Detroit’, en intussen selecteerde Chris Martin het vijfde luik van Fela Kuti’s Box Sets. En verder waren er natuurlijk Joni Mitchell, Laurie Anderson, DJ Yoshizawa Dynamite JP, Squarepusher, Neil Young, David Bowie, Ryo Fukui, My Bloody Valentine en LCD Soundsystem die met een nieuwe release terugkeken naar toen: heruitgegeven of gedigitaliseerde nummers, liveopnames en hidden gems.

Nostalgie is niet alleen een marketingconcept dat wérkt, het is ook een indicator die aangeeft hoe het ervoor staat met onze bredere (muzikale) cultuur. Wie moe is, kijkt terug. Wie niet weet waarheen, kijkt terug. Wie eigenlijk niets meer te vertellen heeft ook. En wat je dan best doet, is een kleine of grotere reset. Want er is geen reden om stil te blijven staan, er is immers nog zoveel te zien en te horen.

Close
Menu