november 30, 2020
Geschreven door: admin

De #SR50 is terug: 50-41

Bron: Gal Gadot en Mashable.

De vijftig muzikale hoogtepunten in een hoogst subjectieve lijst gegoten. Of: de pretentie om een jaaroverzicht te maken van een website die twee maanden bestaat.

Het concept is natuurlijk niet nieuw; we lenen het van onze vorige incarnatie, toen Skyline nog een naïeve blog was. Naar onze mening is dit altijd beter dan een droge albumlijst. #SR50 dwingt ons immers tot keuzes maken, het nodigt uit tot conflict en het schuurt. Dat moet ook, want anders praat je enkel na wat al bestaat.

Laat dit vooral een uitnodiging zijn om met ons in discussie te gaan over welke keuzes wel of niet passen bij dit (rare) jaar. De komende weken posten we telkens tien posities hoger, om rond eindejaar de top-3 te publiceren. Er zullen verrassingen tussen zitten en -geloof ons maar- ronduit problematische keuzes. Maar tegelijk moeten we niet doen alsof dit een exacte wetenschap is. De Skyline 50 is bovenal een weergave van de klankkleur des tijds.

50. Skyline is terug

Michael Bublé houdt van Deftones, Mourinho verliest op de Bosuil, Wouter Beke is nog steeds minister én de bakermat van het Nederlandstalige anti-bandreüniediscours kondigt zélf een reünie aan. Dit is natuurlijk eigen aan 2020, dat jaar waarop je elke dag – vanaf de prille januaridagen waarin zowel een Iraanse generaal vermoord werd en men zich in China toch zorgen begon te maken – “toe maar” roept en vervolgens nog véél meer krijgt dan je had verwacht. The gift that keeps on giving; eerder een subplot van Bojack Horseman dan een typisch kalenderjaar dus. Een jaar waarin een mislukte presidentscampagne van Kanye West net mislukte omdat zoiets in de huidige context banaal en alledaags lijkt.

Over het waarom van Skylines faux-comeback kon je eerder al lezen én één van onze redacteurs poogde zelfs om 2020 vroegtijdig te beëindigen. Hoe dan ook zijn de referentiekaders toch al verdwenen, dus waarom er dan niet ouderwets een lap op geven? Net zoals de jaren ’20 van de vorige eeuw, kondigt dit decennium zich aan als een periode van onvoorspelbaarheid en een vleugje revolutie. Skyline Rev is er klaar voor! (mph)

49. The Weeknd: ingezwachteld

Young Thug moet flink gebaald hebben, toen Elton John niet hem maar The Weeknd nomineerde als een van Time’s honderd meest invloedrijke personen van het jaar, waardoor Abel Makkonen Tesfaye – zoals de man op weekdagen heet – schouder aan schouder komt te staan met onder meer Julie Mehretu, Bong Joon-ho en Michaela Coel. We begrijpen Elton wel. Sinds ‘Scared to Live’ (van Tesfayes plaat ‘After Hours’), staat hij in het lijstje na onder meer Isaac Hayes, The Smiths, Siouxsie and the Banshees, Beach House, Nicolas Jaar, Radiohead, Martina Topley-Bird en Cocteau Twins als artiesten wiens werk door Tesfaye gesampled werd. De invloed van de huidige bazen van Bella Union op het oeuvre van The Weeknd werd dit jaar druk besproken – reden genoeg voor Geoff Barrow om de beef sinds Tesfaye Portishead zonder toestemming samplede nog eens boven te halen.


Ook Barrow begrijpen we wel. Het is bizar dat een artiest, en zeker anno 2020, met dergelijke teksten mensen beschrijft of aanschrijft. The Weeknd, die in een lang interview met Esquire gelauwerd wordt om zijn “astonishingly inventive ways to describe sex“, benadrukte dat het een personage is dat zingt – denk aan de tumult rond het Rode-Duivelslied van Damso (dat we hier dit jaar van gespaard zijn gebleven, is een lichtpunt in het uitstellen van het EK). Maar dat het tricky is, dat vindt hij ook, “because it is me singing the words“. Afgelopen jaar kon Tesfaye de contouren van het personage verder aftasten door zijn rol als zichzelf in ‘Uncut Gems’, waarvoor hij ook verschillende nummers opnam met Oneohtrix Point Never – die er met een weergaloze soundtrack voor zorgde dat de kijker hetzelfde ongevallige gevoel krijgt als de protagonist. De nummers met Tesfaye bleven ongebruikt, maar Lopatin werd wel gecredit als producer op ‘After Hours’ dit jaar. Samen maakten ze ‘No Nightmares’, dat ons herinnert aan het vroege werk van Bon Iver, Tim Hecker en James Blake.

Sinds dit jaar doet The Weeknd duidelijk zijn best om de scabreuze kantjes van zijn teksten naar een maatschappelijk niveau te tillen, met name door zich een visueel karakter aan te meten dat mensen bewust moet maken van de gevaren van rijden onder invloed – als verlengstuk van een leven bestaande uit drugs, seks en de nacht. Of hij zijn act van op de ‘American Music Awards’ – verschijnen in een in verband gewikkeld bebloed gezicht – op andere prijsuitreikingen zal kunnen herhalen is maar de vraag: bij The Grammy’s was er alvast geen plaats voor een nominatie. Reden genoeg voor Tesfaye om de organisatie corrupt te noemen, en voor de fans om massaal op te roepen Kanye’s nummer ‘Famous’ te streamen. We denken niet dat Taylor Swift het aan haar hart zal laten komen, wat vast ook geldt voor het feit dat ‘Folklore’ buiten de SR50 valt. Maar cottagecore is overal, en Aaron Dessner uiteindelijk ook. (sb)

48. Lous and the Yakuza

Kent u El Guincho nog van de onvervalste Young Turks-classic ‘Bombay’? De man die later Rosalía’s ‘Malamente’ voorzag van het soort elektronische faux-flamenco die de Spaanse de ether inschoot, heeft samen met Marie-Pierre Kakoma, ofwel Lous and the Yakuza, in dit zomerloze jaar een artificiële voorraad Kelvin aangelegd. En het is vooral die laatste die daarvoor de credits verdient. Een uitgepuurde en erg visuele stijl, die op haar debuut ‘Gore’ muzikaal vertaald wordt en uiteraard een indrukwekkend herkomstverhaal dat cultureel erg krachtig doorwerkt. ‘Lous’ voor soul en ‘The Yakuza’ voor wel ja, de Japanse maffia.

Met de kenmerkende hemelse ontvankelijkheid op het voorhoofd getatoeëerd, is Kakoma niet alleen een muzikaal, maar ook een activistisch en spiritueel boegbeeld voor de mOeIlIjKe Brusselse jeugd, maar inmiddels ook bijzonder ver daarbuiten. Het typisch lethargische chauvinisme bij minimale buitenlandse ambitie van Belgische artiesten – ”Ze spelen volgende week in een dorp in Nordrhein-Westfalen!” – maakt bij Lous and the Yakuza plaats voor een concrete veroveringsstrategie. Zo was ze te gast bij ‘The Tonight Show’, waar ze het publiek van Jimmy Fallon in onbegrip achterliet.

En dan denkt u: ‘leuk, een started from the bottom verhaal!’. De eeuwige nood aan absurde groeinarratieven blijkt nog niet geledigd. Maar het verhaal van Kakoma lijkt geen film die abrupt stopt bij de laatste gulle lach. Wanneer het leven iets rijker wordt dan kijken naar de volgende Crystal Palace – Burnley zonder publiek, volgt er vast een veel te lange festivaltour mét band. Dat kan zomaar iets worden. En als dat niet zo is, blijven we ons vergapen aan de adembenemende – toegegeven, niet geheel originele – visuals. (sc)

47. Bardcore

De kans dat Sting in een eindejaarslijst verschijnt, blijkt in 2020 even klein als in 2019. Maar wie had er gedacht dat er verwezen zou worden naar zijn album ‘Songs from the Labyrinth’ uit 2008? De ex-frontman van The Police pakte er toen uit met luit-composities geschreven door de melancholische renaissancecomponist John Dowland, met teksten van graven en dichters uit de Stuart- en Tudorentourage. Come again? Zeker wel.

Dit jaar verschieten we van niets meer. Terwijl ‘Songs from the Labyrinth’ nog matig onthaald werd, startte medio april een golf aan middeleeuwse covers van bekende nummers, wat i-D magazineVice – een onderdeel van “Gen Z’s existential humour” noemde; The Guardian zocht zelfs de reden bij de context van de gezondheidscrisis, “with a new Black Death hovering over us all”. Aanvankelijk leidde dat tot een middeleeuwse interpretatie van een ander internetfenomeen – het nogal smakeloze ‘Coffin Dance’ – maar na een tussenstation van nummers als ‘Pumped Up Kicks’ en ‘Bad Romance’ kwamen we eindelijk uit bij waar het interessant wordt: Siouxsie and The Banshees, Massive Attack, Radiohead, The Cure, Joy Division, The Smiths, David Bowie en Tears For Fears; anderzijds zijn er Ariana Grande, Lil Nas X, zes verschillende versies van ‘Blinding Lights’ van The Weeknd en zelfs, jawel, Bart Peeters. Met Juice WRLD is Sting er toch een beetje bij. De afbeeldingen die de nummers begeleiden zijn meestal zorgvuldige collages uit het Wandtapijt van Bayeux – zie bijvoorbeeld het liggend figuur dat de overleden koningin dan wel Alain Delon voorstelt; Major Tom die het contact met de thuisbasis verliest, of jonkvrouwe Ariana die verschillende gezanten onttroont. Dat assembleren gingen we zelf ook eens proberen, met een ander fenomeen uit 2020 als inspiratiebron. (sb)

Zorgvuldig samengesteld met htck.github.io.

46. De perquisitie en percussie van Hihats in Trees

Het was het jaar wel voor Lander Gyselinck. Een verhuis naar Brussel; een nieuwe reeks theatervoorstellingen met Josse De Pauw – die we ook hoorden op werk van die andere Brusselaar; een nieuw gespan met Adriaan Van de Velde ofte Pomrad; een gelijkaardige improshow met gitarist Frederik Leroux; live-optredens met Ragini Trio én met zang van de Indische Sawani Mudgal; een residentie in Volta; een optreden met Antoine Pierre, de resident van het Brussels Jazz Festival; de opera ‘The Time of Our Singing’ van Kris Defoort; de nieuwe plaat van Liesa Van der Aa; de nieuwe plaat van STUFF., die zal uitkomen in maart (we hadden hier gehoopt op een primeur, maar hoorden gisteren al een eerste track op Kiosk Radio); én een eerste eigen soloalbum.

Dat album kwam er met het alter ego Hihats in Trees, in het kader van zijn doctoraat dat hij onder de titel ‘Kind of brew. Live-evil meets claps, beeps and booms’ aflegt aan het KASK, waar ook Anouk De Clercq haar doctoraat eerder dit jaar afrondde. Een zoektocht naar de confrontatie tussen het akoestische en het synthetische in de percussie leidde naar een titel die gedeeltelijk bestaat uit de bekken van een drum; anderzijds een organisch natuurverschijnsel, bestaande uit materiaal – hout – dat een centrale rol in idio- en membranofonen speelt. De onuitgesproken taal van de muziekparadigma’s en de transcriptie van elektronische composities en Indische klassieke muziek vormen het skelet van het onderzoek, wat leidde tot de titel van de eerste LP: ‘Disleksikon’, als een verwijzing naar het vakwoordenboek van Gyselincks drumtechniek.

Wanneer de titels van de nummers niet over het organische gaan – ‘Beaumen’, heeft u ‘m – verwijzen ze naar de artiesten wiens muziek geldt als bron van studie: ‘Kalimero John’ is een hommage aan Jon Hopkins en hoe hij muziek laat klinken als een continue rotatie; ‘Luuk Shuffle’ verwijst naar Luke Vibert, die sinds de jaren 90 onder tal van aliassen muzikale mogelijkheden exploreert op onder meer Rephlex, Ninja Tune, Warp en – dit jaar – Hypercolour Records. Gyselinck zelf vond aanvankelijk met moeite een label voor Hihats in Trees vanuit de gedachte dat een breed publiek niet stond te wachten op het project, maar kwam uiteindelijk uit bij Paxico Records, en werd een kleine maand later al gevraagd ‘Luuk Shuffle’ te lenen als soundtrack bij de digitale voorstelling van de nieuwe collectie van Dries Van Noten. Gyselinck zelf vond visuele ondersteuning bij Grégoire Verbeke (voor ‘Whale’) en bij Tobi Jonson (voor ‘D-earthless’), die een chromatische surrealiteit creëerden waarbij het haast leek dat we, geconfronteerd met de percussie, elk moment zouden kunnen stoten op een glimmende monoliet. (sb)

Still uit de videoclip van het nummer ‘Whale’ van Hihats in Trees, door Grégoire Verbeke.

45. Ghostpoet krijgt onvoldoende waardering voor zijn nieuwste plaat

Dit jaar ietwat onterecht onder de radar gebleven, maar daarom niet minder beklijvend: ‘I Grow Tired But Dare Not Fall Asleep’ van Ghostpoet. Het is inmiddels een slordige tien jaar geleden dat Obaro Ejimiwe met ‘Cash and Carry Me Home’ kwam aandraven en kijk: tien jaar later lijkt Ghostpoet nog even uitgeblust als bij de aanvang van zijn carrière. De demonen die de Londenaar al jaren aan banden tracht te leggen, blijken van de hardnekkigste soort.

Op zijn recentste LP gaat de introspectie genadeloos verder. Obaro Ejimiwe is op zijn best wanneer hij schuimbekkend de afgrond tegemoet gaat en daarbij flink het gaspedaal induwt, zoals op ‘Nowhere to hide’, zwevend op de roes van razernij (“I’ll be dammed if I let you get what you need”). Wanneer de zwaarmoedigheid in clichés dreigt te verzanden, grijpt het paradepaartje van Pias vakkundig in. Getuigen hiervan zijn de jazz-uitstapjes die bijna een zweem van luchtigheid verraden. De luisteraars die dan nog twijfelen en Ghostpoet banaliteit zouden durven aanwrijven worden door de Brit met de voetjes op de grond gezet in ‘Humana Second Hand’: “Once again, the happy pills ain’t doing shit”. Slik. (ld)

44. Stilte tijdens concerten

”Het is een concert!”, ”It’s a gig, not a library!”, ”Ga dan vooraan staan!”. In 2020 kregen we dit soort uitspraken van lagere levensvormen niet meer te horen. De reden? Na maart werden de schaarse live-optredens de facto exclusieve live-luistersessies met mensen in een stoel en voldoende sociale afstand om elke misantroop tevreden te stellen.

Dat heeft zo z’n voordelen. De focus op wat het podium gebeurt, werd weer absoluut. Werkelijk iedereen aanwezig had een hart voor live-muziek. Het kaf was al lang op voorhand van het koren gescheiden; de gezelligheidsconcertgangers bleven deze keer thuis om aan de witte wijn te gaan tijdens een Zoom-party.

2020 was ook een moment om stil te staan bij de waarde van de live-ervaring an sich. Hell, wij zouden nu zelfs naar Pinkpop gaan. Betalend! En ja, ook daar zouden we mensen die hun kop niet kunnen houden, erop wijzen dat hun plek in de samenleving een riool is en niet een concert. (mph)

”Kunt u a.u.b. uw mond houden?”
Still uit ‘No Country for Old Men’, Coen Brothers, 2007.

43. Ninja Tune’s spreidstand tussen Park en Barwick

Disharmonie en disputen, maar ook wij zijn voor de revolutie van de redelijkheid en gaan dus voor het compromis wanneer twee redactieleden vanuit de heup schieten over nr. 43 in de SR50. Ziehier: twee artiesten die niets met elkaar te maken hebben onder één hoofding besproken.

Dat Julianna Barwick een meester is in het creëren van melancholische soundscapes bewees ze al ettelijke malen. Dat er hoegenaamd geen sleet op de formule lijkt te zitten, bewijst ze dan weer met haar laatste langspeler ‘Healing is a Miracle’; gewaagde titel dat wel. Een grondig andere koers krijgen we daarop niet te horen, maar ze slaagt er wel in om de sound op een voortreffelijke manier verder in te kleuren. Het escapistisch landschap dat ze ook nu weer met precisie weet vorm te geven, vormt een welgekomen zalving. Ze stond er deze keer dan ook niet alleen voor: met Jonsi (nog zo iemand die maar niet van ophouden weet in 2020) en Nosaj Thing heeft ze twee klinkende namen kunnen strikken om een bijdrage te leveren. Met die laatste maakt ze de voortreffelijke afsluiter ‘Nod’, een ultieme soundtrack voor een solitaire ijskoude winterdag, zoals er nog velen op stapel lijken te liggen.

Detail van de cover van ‘Healing is a Miracle’ van Julianna Barwick, uitgebracht bij Ninja Tune – ook het label van 박혜진 Park Hye Jin. De dronefoto werd, net als het overige visueel materiaal dat Barwick gebruikt, in IJsland geschoten.

Het is niet dat wat 박혜진 Park Hye Jin uitbrengt écht revolutionair is. De beats zijn tribaal, het geluid etherisch, de synths trillend en de stem “mesmerizing” en “whispering”. Dat kennen we. De taalwissel kennen we ook, en daar zijn we haar op deze plaat ook dankbaar voor – hoe konden we anders weten dat ze zich op twee nummers – opgeteld – 32 keer de vraag stelt hoe ze iemand terug kan bellen en 74 keer of ze die persoon haar baby mag noemen. In september nam ze Blood Orange onder de arm om de vraag opnieuw te stellen met het nummer ‘Call me’ – een wat bizarre herwerking van de track die Park eerder solo uitbracht op haar EP ‘If U Want It’.  

Weinig lyrische analyses over culturele tendensen dit jaar stoten ons zo tegen de borst als de vermeende revival van de Zuid-Koreaanse kunst, nu ‘Parasite’ vier Oscars won en K-Pop zodanige proporties heeft aangenomen dat zelfs The Quietus het niet meer laat liggen. Dat is allemaal prima, maar wie het volgt, weet dat de cultuurproductie uit het land al jaren garant staat voor de vinger aan de pols op vlak van beeld en geluid. Laat ons Parks EP ‘How Can I’ (Ninja Tune) aanhalen om dat nogmaals aan te tonen – al is het in een arbitraire tandem met Julianna Barwick. (th&sb)

42. Key West is the place to go

Echt potten breken doet Bob Dylan, intussen bijna 80, natuurlijk niet meer. En toch. Voor iemand die in de loop van zijn carrière een aantal legendarisch slechte albums heeft gemaakt, weet hij de laatste twee decennia een verrassend constant niveau aan te houden.

‘Rough and Rowdy Ways’ is Dylans eerste plaat met nieuw materiaal in acht jaar, en het heeft zeker en vast zijn momenten: ‘I’ve Made Up My Mind to Give Myself to You’, waarop de Nobellaureaat croont zoals hij dat eerder deed op zijn Sinatra-coveralbum ‘Shadows in the Night’; het eindeloos dronende en meanderende ‘Murder Most Foul’, het door Walt Whitman geïnspireerde ‘I Contain Multitudes’. Maar onze favoriet blijft ‘Key West (Philosopher Pirate)’, een kabbelende accordeonballade waarin Dylans mythische vertelstijl ons meeneemt naar Zuid-Florida. Muzikaal is er enige verwantschap met ‘Highlands’ (op ‘Time Out of Mind’), een kwartier lange stream-of-consciousness waar escapisme en een streven naar transcendentie centrale thema’s in vormen. Dat is echter de uitzondering: ‘Key West’ is – weliswaar doorspekt met historische, politieke en muzikale referenties – bovenal een ode aan de simpele geneugten van het leven. (vg)

41. Blane Muise als onze muze

Dat ‘BB’ (kort voor ‘Bad Boys’) van Blane Muise, beter bekend als Shygirl, één van onze favoriete nummers van 2019 uitbracht, kon u eerder al lezen. Dat het nummer ook nog in 2020 regelmatig door onze speakers geknald werd om een stevige dosis energie op te doen, komt u dan weer hier te weten. Shygirl brengt haar muziek uit op het label NUXXE, tevens het label van Oklou, dat ze zelf enkele jaren geleden tot leven wekte wegens gebrek aan juist hokje voor haar muziek. Na ‘Cruel Practice’ en een heel resem losse nummers ziet de tweede EP nu het levenslicht.

Op ‘ALIAS’ presenteert ze zeven nieuwe nummers, waarop ze even veel keer in de huid kruipt van een ander alter ego. Zoals vanouds is ze daarbij niet verlegen om haar seksuele verlangens te uiten en gaat ze de taboes niet uit de weg. Het is nochtans ooit anders geweest: voor ze in 2016 een eerste keer de studio indook, had ze een gezapige carrière als consultant voor een design agentschap achter zich. Op ‘Freak’ kanaliseert ze de meest extreme menselijke hunkeringen en met ‘Siren’ solliciteert ze alvast weer naar de prijs voor ‘Banger van het jaar’. Alsof dat nog niet genoeg was, verscheen ze dit jaar ook nog eens als één van de gasten op de nieuwe plaat van superster Arca, werkte ze samen met SOPHIE én met Georgia. Waar blijft dat volledige album? (th)

Foto geplukt uit VM Magazine en Headtopics, fotograaf onbekend.
Close
Menu