maart 30, 2026
Geschreven door: Marc Puyol Hennin

De mirakels zijn op

Neurosis’ onverhoopte comeback dreigt een grimmige metafoor te worden. Meer nog dan de thematiek of de titel van het album, door de totstandkoming ervan. Van de hand van een band die uit z’n as herrees en van een puurheid die we al jaren niet gehoord hebben, is An Undying Love for a Burning World eigenlijk het soort plaat die de mensheid niet meer verdient.

De woestijn die ‘gemiddeld luistergedrag’ heet, is een trouwe weerspiegeling van de toestand van de wereld. Meer nog dan communicerende vaten, zijn het totale gebrek aan waarneming, diepgang of überhaupt principes bij muziekconsumptie volkomen onafscheidelijk van het feit dat we meer geven om benzine die aan 2,6 euro staat dan om een souvereine staat die door Israël verwoest wordt (die staat heet overigens niet per sé Iran).

Het is bijna moeilijk om in die context Neurosis’ miraculeuze herrijzenis te beschouwen zonder te vervallen in tenenkrommende religieuze denkbeelden over zonde, de apocalyps en redding. Gelukkig is Neurosis in de eerste plaats een humanistische band. Het geloof in de mensheid zoals die ooit had kunnen zijn, is het uitgangspunt voor album nummer twaalf.

An Undying Love for a Burning World klinkt als een laatste waarschuwing die in de ether is blijven hangen. Natuurlijk weten we (nog) niet hoe dit album exact totstand kwam en of de urgentie van de huidige release nog overeenkomt met wat er speelde toen de plaat werd ingeblikt – grote kans dat het toen comparatief gezien nog meeviel. Maar toch maakt dit werk veel los, zelfs al voelt het als iets wat te laat komt.

Eens alle hoop vervlogen is, volgen woede, frustratie en angst. Neurosis is al decennialang een band die deze gevoelens weet te kanaliseren. Ooit een uitlaatklep voor het individu, nu in potentie voor een veel grotere groep. Through Silver In Blood en minstens twee andere albums blijven hoe dan ook sterker dan deze nieuwste. Niet moeilijk ook, want in hun hoogdagen in de periode 1996-2007 maakte Neurosis zowat de zwaarste muziek op aarde. Hun eerste plaat in tien jaar is evenwel hun beste sinds Given To The Rising en mag daardoor in het inmiddels lange rijtje komen te staan van oudgedienden die een gruwelijke plaat droppen net op het moment dat je denkt dat muziek je niet meer kan raken. De laatste jaren zagen we dat met onder meer D’Angelo, Sleep, Khanate, The Cure, Deftones en Stereolab. En net dat is het probleem. Deze bands worden oud, zullen er binnenkort mee ophouden of gaan simpelweg dood. Zoals ieder mens. En eens dat gebeurd is, wordt het gezien de huidige stand van zaken erg lastig om de collectieve katharsis te benaderen die zo’n briljante (comeback)plaat van een grote naam met een groot oeuvre kan losmaken. Herinnering en verbinding met ander, evenzeer memorabel werk, speelt immers een niet onbelangrijke rol. Dit systeem laat geen ruimte voor een dergelijk collectief geheugen, uiteindelijk een vorm van die vermaledijde commons.

De muziek van Neurosis is nooit veel meer geweest dan rauwe energie, een verzameling van absurd harde riffs en vervreemdend lawaai. Hier is geen plek voor virtuositeit, de band wil enkel het meest primaire gevoel van de luisteraar bespelen. Op An Undying Love for a Burning World spreken de lyrics echter meer dan eerder. Neem nu ‘Blind’, waar over een melodieuze break die het niveau benadert van die legendarische haarspeldbocht in ‘Through Silver In Blood’ (het titelnummer, vanaf minuut 6) Steven Von Till standvastig declameert:

Find our way through the fields we have sown
Light our way through the graves we have known

Het traag pulserende ritme op ‘Blind’ – godzijdank is die geweldenaar van een Jason Roeder niet écht met pensioen – geeft alle ruimte aan een van de meest emotionele riffs uit het hele Neurosis-oeuvre. Tekst en muziek zijn hier uitzonderlijk complementair en geven samen een onmiskenbare boodschap af: we zijn al voorbij het punt dat we gedoemd zijn. Enkel uit die realiteit kunnen we nog hoop putten.

Neurosis ga je ook op dit album niet betrappen op subtiele, poëtische teksten. De metaforen zijn duidelijk. Ze wezen alleen nog niet eerder zo expliciet in één richting. De recente geschiedenis van de band kan daar voor iets tussenzitten. In 2019 kwam een einde aan meer dan 30 jaar dezelfde line-up en een schijbaar onbreekbare vriendschap, toen Scott Kelly uit de band werd gezet. Voor hele heftige feiten waar we nog steeds het fijne niet van weten, net zoals we niet zeker weten wat de rest van de band al dan niet te verwijten valt.

Feit is dat Kelly werd vervangen door een absolute grootheid: Aaron Turner (Isis, Sumac), die niet alleen zijn kenmerkende diepe grunts met name op de tweede helft van de plaat etaleert, maar het Neurosis-geluid ook beïnvloedt met zijn schokkende, free jazz-achtige sludge. Het muzikale verwantschap is evenwel voldoende om hier te spreken van een gedroomde verderzetting van het project-Neurosis. De tijd voor de rest van de band (ze naderen de 60 en Turner is een pak jonger) tikt verder en zowel de wereld als hun eigen situaties schreeuwden om een manifestatie als deze. Bij de release hoorden dan ook niet mis te verstane statements over zowel band als planeet, en de drang om dit alles straks op een podium met ouderwetse brute kracht te brengen, lijkt ook nog intact.

Dat zijn we over een jaar of twee, als de tour voorbij is, evenwel weer vergeten. Omdat Neurosis’ comeback uiteindelijk een stuiptrekking vormt in een landschap van legacy-acts, tributebands, popfenomenen die disco heruitbraken en 150 euro voor een ticket vragen, AI-slop, gerecycleerde Eurotrash, überhaupt playlists, de nostalgie-industrie, versnelde versies van mid hits, Taylor Swift-manie of subculturen die enkel nog bestaan in extreem gecommercialiseerde contexten (K-pop). Een nog steeds bloeiende (maar steeds elitairder, onbetaalbaarder wordende) experimentele scene daargelaten, is mainstream muziek en zelfs ‘mainstream alternatief’ in essentie geriatrisch, wellicht terminaal. Dertig jaar geleden was er nog een plek voor Neurosis in wat we nu ‘mainstream’ noemen. De verbinding tussen experiment/vernieuwing ofte al datgene wat in essentie geen geld oplevert, en datgene wat wél commercieel interessant is, heeft de diverse muziekscenes decennialang in leven gehouden. Dat ecosysteem is al een poos volledig ingestort als gevolg van de vorming van monopolies, zowel in de muziek- als in de mediasector. Dat zal op termijn onvermijdelijk dooretteren tot op het niveau van de niches waarin wel nog vernieuwing bestaat, maar waar de aanwas van nieuw publiek stokt en de artistieke spoeling dunner wordt, simpelweg omdat je beter de dochter van een ex-NAVO baas kunt zijn als je fulltime artiest wil worden in this day and age.

Op dezelfde manier zijn Zohran Mamdani of een pyrrusoverwinning van een sociaaldemocraat naar keuze ergens in Europa niet veel meer dan vergeefse reanimatiepogingen van een kalf dat al lang verdronken is. De agressie op Iran kan eindigen, maar vormt vooral een zoveelste waarschuwing dat we heel dichtbij totale vernietiging zijn. Het onomkeerbare verlies van koraalriffen of de versnelling van klimaatopwarming passen ook in dat rijtje. Er blijven niet veel waarschuwingen meer over. En wellicht zit het antwoord op de vraag hoe we als mensheid op vrij korte termijn moeten overleven in wat Neurosis ons probeert te vertellen met deze An Undying Love for a Burning World. We moeten het leven weer centraal plaatsen, ook al is er veel – zo niet het meeste – wat we als onherroepelijk verloren kunnen beschouwen. We moeten onszelf in de spiegel durven kijken en consequent zijn. Het is zowel een softe, als een bikkelharde boodschap waarvan de logische consequenties liefde en zorg zijn, maar net zo goed muiterij en clandestiniteit, en helaas potentieel zelfs geweld.

Roger Hallam, mede-oprichter van Extinction Rebellion, vatte het in 2023 in De Volkskrant (kutkrant) als volgt samen: ‘Mensen uit de arbeidersklasse hébben al een waardeloos leven. De meeste van jouw lezers zijn vast werkende hoogopgeleiden. Ik wil tegen ze zeggen: de keus is niet een keus tussen je huidige veiligheid en welvaart en het angstaanjagende van burgerlijke ongehoorzaamheid. De opties zijn: meedoen met burgerlijke ongehoorzaamheid of lijdzaam toekijken.’

In essentie wil hij zeggen: ‘hoe ver ben je bereid te gaan?’ Of, nog iets concreter: ‘ben je bereid je materiële weelde, de obscene overwaarde van je huis of je kleinburgerlijke dromen op te geven voor een betere wereld?’ Twintig jaar terug zou het van de zotten zijn om te beweren dat de wereld een middenklasse nodig heeft die tot zware opofferingen bereid is. Linkse politiek en de vakbeweging moesten het kapitaal knechten, punt. De realiteit van nu dwingt ons echter te erkennen dat die strijd dubbel en dik is verloren, en dat pure opstandigheid het enige overblijvende middel is. Zeker tegen een achtergrond van opkomend onversneden fascisme, sociale media-algoritmes, de nog steeds onderschatte online manosphere en consumptie als doel op zich met alle pure onwetendheid van dien, zijn er weinig andere wapens meer over.

Weinig bands kunnen verzet – althans in de vorm waarin het zich vandaag zou moeten manifesteren – van zo’n goede soundtrack voorzien als Neurosis, zelf een product van de DIY hardcore-scene en immer onafhankelijk gebleven, wars van een commerciële insteek, samenwerkingen met monopolisten en ga zo maar door. Vooruit, ze zijn geen BRUIT≤, maar binnen de grenzen van het pragmatische is Neurosis altijd voorbeeldig geweest.

Bovendien gaat het in kunst uiteindelijk om de kunst zelf en wat deze uitdrukt, niet alleen het performatieve eromheen, zoals vandaag helaas al te vaak wordt benadrukt. Het compromisloze van Neurosis kan echter niet los gezien worden van de context waarin de band kon gedijen en groeien; een context die vandaag grotendeels verloren is, omdat er voor onafhankelijke en uitgesproken artiesten alsmaar meer op het spel staat. Het totalitaire karakter van het neoliberalisme en wat voor monsterlijkheden er ook op mogen volgen, zit niet zozeer vervat in het politieke bestel dat ermee gepaard gaat, maar in een economisch systeem dat geen enkele ruimte tot keuze meer laat. Daardoor wordt iedereen uiteindelijk consument of een merk. Of allebei. Met als gemene deler (zelf)uitbuiting.

Elke onverwachte topplaat van een oudgediede is een nieuwe waarschuwing. Dat onze tijd opraakt. En deze kan wel eens de laatste worden, gezien de acceleratie van zeer verontrustende gebeurtenissen sinds januari 2025 en de totale inactie en onkunde van zij die bij ons (Europa, met name) aan de knoppen zitten. Nu kunnen we ofwel alvast hopen dat Neurosis volgend jaar naar Roadburn komt, en wie weet volgt er voor het einde van het decennium nog een dertiende album. En ondertussen vergeten dat we inderdaad in een brandende wereld leven. Ofwel erkennen we in de eerste plaats de echte ‘takeaway’ en de ongemakkelijke realiteit van An Undying Love for a Burning World: we moeten handelen. Als muziekliefhebber betekent dit niet langer geld uitgeven aan commerciële spelers die het muzikale ecosysteem kapotmaken en vervangen door een entertainmentvorm van technofeudalisme. Als mens betekent dit ergens bij betrokken raken, zij het als vrijwilliger of lid van een vakbond, en door niet of zo min mogelijk deel te nemen aan de doodscultus die het kapitalistisch systeem anno 2026 is. Andere opties zijn er niet.

Close
Menu